Voor meer informatie over dit boek/deze schrijver klik op onderstaande link:
https://mom.biblion.nl/olifant/olifant.dll/?doctype=AI&bibliotheek=StadEschLyceum&ppn=&isbn=9789025311636&lid=
Toen Erasmus in 1509 op reis was van Italiƫ naar Engeland, beperkte zijn levendige geest zich niet tot wat er op de weg te beleven viel: in rusteloze activiteit werkte hij voort. De gedachte aan zijn vriend Thomas Morus, die hij hoopte binnenkort weer te ontmoeten, legde een merkwaardig verband met de Moria, de Zotheid wier lof hij nu ging verkondigen. Een speelse inval! maar een die het geschrift zou voortbrengen waardoor de grote humanist, meer dan door al zijn andere, vermaard is gebleven: het boekje met de onverwelkelijke jeugd.
Luchtig-speels voert Erasmus (1466/69-1536) de godin Zotheid op om de vele menselijke dwaasheden waarderend te beschrijven: dwaasheid schenkt de mens levenskracht en geluk; de mens kan haar niet missen. Maar de ironie en het sarcasme van zijn stijl maken dat de lezer wel voelt, dat de lof die hij aan de zotheden van zijn tijd wijdt, serieuze kritiek inhoudt. Wanneer hij over theologen, priesters en de paus begint, lijkt hij de godin van haar praatstoel te verdringen om zelf het tekort aan redelijkheid in de kerk aan de kaak te stellen.