Als cultuurfilosoof neemt deze belangrijke Canadese filosoof (1931) in het debat over de waarden van de moderne tijd (persoonlijke identiteit, individualiteit en authenticiteit) een tussenpositie in. Hij verzet zich tegen Amerikaanse cultuurfilosofen als Allan Bloom, Christopher Lasch en Daniel Bell met hun karakterisering van de hedendaagse cultuur als een vervallenheid tot een egoïstisch relativisme, hedonisme en gevoelssubjectivisme. Van de andere kant onderkent hij deze houdingen als ernstige vergissingen. De oplossing van de kwalen ziet hij in een terugkeer tot wat in oorsprong 'menselijke authenticiteit' is: een moreel ideaal van vrije zelfbeschikking met als achtergrond het fundamenteel dialogisch karakter van het menselijk leven. De schrijver pleit voor de samenhang tussen de oude waarden en nieuwe sociale verbanden in een graad van abstractie die filosofisch geschoolde lezers veronderstelt.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| Ezinge | |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0