Deze metafysische overpeinzingen, eerder vertaald in 1656, die aansluiten op zijn Discours, geven een goed beeld van Descartes' rationale denkwijze. Uitgaand van de twijfel maakt hij via de gedachte dat men niƩt kan twijfelen aan zijn eigen denken het eigen ik tot uitgangspunt van de filosofie. De menselijke geest is beter te kennen dan het lichaam. Dat de mens de idee kent van een volmaakt wezen, voert hem tot de conclusie dat God bestaat. Op de tekst volgen fragmenten van discussies met tijdgenoten, o.a. Hobbes. In een heldere maar summiere inleiding (voor een diepgaande, brede analyse van de tekst zie men Delfgaauw: Filosofie van de Vervreemding I, 1987) bespreekt Dr. W. v. Dooren, in Utrecht hoofddocent, in Delft bijz. hoogl. filosofie, Descartes' relatie tot de aristotelische en scholastieke filosofie alsmede inhoudelijke aspecten. Bovendien geeft hij verklarende aantekeningen en een bibliografie. De uitgave van deze fundamentele tekst vormt een belangrijke bijdrage tot de kennis van Descartes in ons land.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| Ezinge | |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0