Adorno (1903-1969), één van de bekendste vertegenwoordigers van de Frankfurter Schule, heeft nooit een filosofisch systeem willen ontwikkelen. Elk systeem leidt volgens hem tot een vernauwend rationaliteitbegrip: het sluit het denken op in een kader van regels en wetmatigheden, die het zelfstandige denken en de kracht van de ervaring ontkrachten. Zijn werken op maatschappijkritisch en sociaal-psychologisch gebied proberen deze stelling te rechtvaardigen door de invloed van bestaande wetmatigheden bloot te leggen. Voor hem geldt: 'méér subject' en daardoor ook 'vrijheid tot het object'. Filosofie moet niet alleen beginnen met verwondering, maar ook kunnen uitmonden in het verwonderlijke. Met zijn filosofische beschouwingen over kunst en haar uitingen wil hij aantonen dat de werkelijkheid méér kanten en aspecten heeft dan de ingeperkte rationaliteit op het spoor komt. Openheid voor de realiteit kan het marxisme weer zijn betekenis hergeven, nu het in crisis geraakt is door het uitblijven van de voorspelde revolutie. Marx' visie blijft waardevol, heeft messiaanse inspiratie, op voorwaarde echter dat meer geluisterd wordt naar wat de werkelijkheid te zeggen heeft. Goed geschreven inleiding in Adorno's denken; uitstekend passend in deze voortreffelijke reeks.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| Ezinge | |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0